’Ik kan mijn zoon toch niet verstoten’

’Ik ben het echt niet eens met hem, maar het blijft mijn kind.’ Sophie heeft een 19-jarige zoon die zeven maanden geleden naar Syrië is vertrokken. Haar vriendin Chantal zag haar 25-jarige zoon twee jaar geleden met de eerste golf Syriëstrijders vertrekken. Beide vrouwen willen enkel op voorwaarde van anonimiteit praten.

Sophie en Chantal zijn twee Brusselse moeders. Sophie is bekeerd moslima, getrouwd met een Marokkaanse Belg. “Mijn zoon praktiseerde als hij er zin in had, net als de meeste jongens van zijn leeftijd. Zijn radicalisering ging zo snel dat ik het bijna niet doorhad.” Chantal was getrouwd met een Afrikaanse man, beiden zijn katholiek. Haar zoon bekeerde zich tot de islam op zijn veertiende. “Een jaar voor zijn vertrek begon hij Arabisch te leren, hij heeft zijn reis echt voorbereid.”

De weg naar de jihad was verschillend voor de twee jongens, maar vandaag blijven hun families even verweesd achter. Met de oprichting van een vzw willen de twee vrouwen onder meer een houvast geven aan ouders van jihadisten. ‘A toutes les personnes concernées’, wat zoveel betekent als ‘Iedereen is betrokken’, is een vzw die ouders, familie en vrienden van Syriëstrijders wil samenbrengen. Rond het probleem van vertrekkende en teruggekeerde jihadisten bestaat nog een groot taboe. De vzw wil dat doorbreken.

”In het begin waren we maar met twee”, zegt Chantal. “De beste vriend van mijn zoon was omgekomen tijdens gevechten in Syrië. Zowel voor mij als zijn vader was dat een enorme klap. Door naar elkaars verhalen te luisteren vonden we veel troost bij elkaar. Van daaruit is de groep gegroeid.”

Vandaag zijn ze met een vijftiental, zowel moeder als vaders, broers en zussen van strijders. Een officiële vzw is het nog niet. De statuten zijn er al, de verplichte maatschappelijke zetel nog niet, dat blijkt omwille van het taboe een iets moeilijkere opdracht.

Preventie

De eerste doelstelling van de organisatie is kristalhelder: preventie. De torenhoge jongerenwerkloosheid speelt enorm. Het is een groot probleem in Brussel, waar ook de meeste vertrekkers vandaan komen. Er is een grote groep die zonder enig perspectief op een beter leven gevaar loopt om meegesleurd te worden in het extremistische discours van de ronselaars.

”Ga maar eens naar de parken in Molenbeek en Laken”, zegt Chantal. “Het zit er vol jongeren die doelloos rondhangen. Ze vinden moeilijk werk en, doordat ze zich daar voortdurend voor moeten verantwoorden, worden ze telkens weer met hun neus op de feiten gedrukt, dat ze op de een of andere manier niet voldoen. Die jongens zijn een vogel voor de kat.”

Sophie treedt haar bij: “De ronselaars zijn vlotte praters. De overheid moet voor een alternatief zorgen, door de samenwerking tussen moskeeën, buurtwerkers en scholen op zo’n manier stimuleren dat de jongeren weer iets te doen hebben.”

Maar het zijn niet enkel de hangjongeren. Sophies zoon studeerde aan de hogeschool, zijn radicale ideeën pikte hij op in een moskee in Molenbeek. “Plots begon hij meermaals per dag te bidden. Hij kleedde zich anders en noemde ons ongelovigen, ook al zijn mijn man en ik moslim. Het hele proces ging ontzettend snel.”

De vzw wil ouders helpen om tekens van radicalisering te herkennen, zodat ze op tijd kunnen ingrijpen. “Want de overheid doet haar werk niet”, klinkt het zuur bij beiden. “Ik heb de politie op de hoogte gebracht van wat mijn zoon van plan was”, vertelt Sophie. “Ze wisten zelfs op welke dag hij zou vertrekken en toch hebben ze niets gedaan.”

Een aantal steden, waaronder Brussel, Mechelen, Vilvoorde en Gent, heeft een specialist in dienst die met de hulp van moskeeën, buurtwerkers en vzw’s de netwerken van ronselaars en radicale jongeren in kaart moet brengen. Sophie en Chantal hebben daar hun vragen bij. “Wij hebben contact met onze kinderen daar, we hebben een netwerk uitgebouwd van mensen die dagelijks met radicalisering hier in aanraking komen, en de overheid laat ons gewoon links liggen.”

”Een tijdje geleden werd ik opgebeld door een Luikse vrouw”, vertelt Chantal. “Haar dochter stond op het punt om naar Syrië te vertrekken. Ze belde me om acht uur ‘s ochtends. We hebben er samen voor gezorgd dat haar dochter niet vertrokken is. Welke overheidsdienst kun je bellen om acht uur ‘s ochtends? Wel, met onze organisatie willen wij in dat gat springen.”

Volgens ruwe schattingen zijn er ondertussen meer dan 400 Belgen naar Syrië vertrokken. “Vandaag zijn er zo’n 90 teruggekeerd. Dat is niet weinig, zegt Chantal. “Die jongens worden na hun terugkeer aan hun lot overgelaten. Een deel komt in de gevangenis of een gesloten centrum terecht, maar wat met de rest?”

”Er zijn jongens bij die vertrekken met het idee dat ze hun onderdrukte broeders gaan helpen,” vult Sophie aan, “maar afhaken als ze merken dat ze wapens moeten dragen. Eenmaal hier worden ze gebrandmerkt als terrorist. Zo’n jongens moet je op de juiste manier omkaderen zodat ze weer de maatschappij in kunnen. Dat kader willen wij creëren, met ouders, opvoeders en psychologen. Want de overheid doet het niet.”

Geen terrorist, wel slachtoffer

De twee moeders willen dat strijders niet als terrorist maar als slachtoffer worden behandeld. Natuurlijk zijn er jongens met bloed aan hun handen, en die moeten op gepaste wijze aangepakt worden, geven ze toe. Maar waar het hen om gaat zijn de jongeren die helemaal gebrainwasht ten strijde trekken.

”Ik heb geregeld contact met mijn zoon via chat”, zegt Sophie. “De ene keer is het een gesprek tussen moeder en zoon, de andere keer lijk ik wel met een robotversie van hem te praten. Je merkt heel goed dat ze hem dan in het oog houden.”

Beide vrouwen hebben maar een handvol mensen verteld over hun zoon. “Mijn eigen vader weet het niet”, zegt Sophie. Toch is de tol op het gezin van een vertrekker ontzettend zwaar. “Toen mijn zoon vertrok, is mijn dochter in een depressie gesukkeld”, vertelt Chantal. “Ze stopte met studeren en is naar Frankrijk gevlucht, naar een vriendin. In een mum van tijd is ze 50 kilo bijgekomen.” Ze noemt het collaterale schade. “Je kunt er niets aan doen,” geeft Sophie toe, “behalve proberen te aanvaarden dat het zijn keuze is. Elke dag moet ik in de spiegel kijken, maar ik kan mijn eigen kind toch niet verstoten?