’Wij moesten ons dubbel zo hard bewijzen’

’De ‘Marokkanenklas’ is afgestudeerd! Proficiat!’ Even slikken bij zo’n Facebookbericht, maar de klas van het Brusselse Maria-Boodschap ziet er de humor wel van in. Elf Franstalige jongeren - tien van Marokkaanse en eentje van Somalische origine - hebben hun diploma economie-talen gehaald. Ze vertellen over de moeilijke weg die ze hebben afgelegd.

Het zesde jaar economie-talen van het Maria-Boodschap (MaBo): een twintigtal leerlingen, elf ervan zijn niet van Belgische origine. En Franstalig opgevoed. In de andere klassen waren dat er een pak minder. Het leverde hen die geuzennaam ‘Marokkanenklas’ op. Eigenlijk stigmatiserend, maar dan ook weer niet.”We zijn allemaal van Marokkaanse origine, eentje komt uit Somalië. We zijn echt wel fier op onze afkomst. We voelen ons ook Marokkaans.” Al van in het eerste middelbaar kennen ze elkaar. Ze hadden veel contact, maar zaten niet de hele rit bij elkaar in de klas.Tot afgelopen schooljaar. Iedereen was wel een keertje blijven zitten. Behalve één meisje, Nora. “Zij is de slimste. We noemen haar de geheugenkaart, omdat ze alles onthoudt”, roepen de anderen in koor. Voor de meesten was het een moeilijk parcours in MaBo. Maar niet dit jaar. Dit jaar besloten ze elkaar erdoor te sleuren. Door samen te studeren, samen te werken, elkaars zwaktes aan te vullen met elkaars sterktes en vooral door niet op te geven en te blijven gaan.Saloua: “Als we samen studeerden en ik snapte iets niet, bleven we werken tot ik alles begreep. Soms duurde het lang, tot zelfs twee uur ‘s nachts.” Saloua was niet goed in wiskunde, en Mohammed hielp haar. “Ik schreef dingen uit, maakte kopies en foto’s en mailde dat dan naar iedereen”, zegt hij. “Voor andere vakken, waar ik dan niet goed in was, deed iemand anders het.”Maria-Boodschap ligt pal in het centrum van Brussel. Een Nederlandstalige school met een goede naam. En elk jaar opnieuw zijn er wachtlijsten. Ook ouders die zelf geen Nederlands spreken willen hun kinderen naar een Nederlandstalige school sturen. Want in Brussel zijn die beter dan de Franstalige. En de kennis van het Nederlands is daarbij de beste weg naar succes, denken ouders.”Het is niet makkelijk geweest, zeker niet in het begin, maar ik ben mijn moeder ontzettend dankbaar dat ze mij naar een Nederlandstalige school heeft gestuurd”, zegt Saloua. De weg naar succes die de ouders voor ogen hadden, is in de loop der jaren bezaaid met stereotiepe hindernissen.En dat klinkt in het interview snel door. “Een leerkracht noemde ons ‘het groepje van Afrika’. Ze vond ons asociaal omdat we altijd samen waren. Maar we kennen elkaar al zo lang”, vertelt Saloua. De leerlingen nemen meer dan eens het woord ‘demotiverend’ in de mond.”Anderen gaan toch ook met elkaar om in groepjes, het is niet zo vreemd dat wij dat ook doen”, vindt Mohammed. Na een moeilijk jaar gebeurde het wel eens dat iemand op school hen aanraadde om naar het technisch of beroepsonderwijs te gaan. “Alsof het niveau daar lager is.”Wie hen wel hielp en steunde, krijgt alle lof van de pas afgestudeerden. Mohammed: “We hebben genoeg leerkrachten gehad die ons niet anders behandelden dan de rest, die ons steunden en die het goed vonden dat we elkaar hielpen.” En toch dwaalt het gesprek meteen weer af naar de scherpe kantjes. “Ze beschuldigden ons ervan te spieken omdat we wel eens gelijkaardige antwoorden hadden. Maar dat was omdat we toetsen samen voorbereidden”, zegt Mohammed. “Ze hebben vooroordelen”, vult Nora aan.

Jeugdhuis Chicago

Zonder elkaar was het dit jaar niet voor iedereen gelukt. Saloua is vorig jaar blijven zitten, vooral wiskunde was te moeilijk. Dankzij haar vrienden heeft ze het bij de tweede poging toch voor elkaar gekregen. Mailen, chatten, bellen, samen studeren bij jeugdhuis Chicago en zelfs in MuntPunt, de bibliotheek naast de Muntschouwburg, in het centrum van de stad. “Daar moesten we stil zijn, en dat was niet altijd even makkelijk”, lachen ze. “Het was hard werken, en we moesten ons concentreren om bij de les te blijven.”De vorige jaren waren evenmin evident. “Mijn moeder hielp me wel bij Frans, maar de rest ging niet”, vertelt Nora. “Ze spreekt geen Nederlands.” Doorheen de jaren konden ze altijd terecht in de Chicago, in de gelijknamige wijk. Een buurt die al even in moeilijkheden is, maar waar jongeren uit de buurt hun ei kwijt kunnen in het jeugdhuis. “Ik kwam hier na school en kreeg bijles”, zegt Mohammed. “Thuis kreeg ik geen hulp, dat ging gewoon niet.”Het Nederlands onder de knie krijgen was niet simpel. Dat ze vooral Frans spraken onder elkaar hielp ook niet. Dat beseffen ze. “Als het snel moest gaan, stonden er dt-fouten in mijn taken, of ging ik in de fout met de lidwoorden”, geeft Saloua toe.Vijf van de elf zijn al zeker dat ze verder studeren. Van sociaal werk over management tot handelswetenschappen of informatica. Bakken ambitie en een hoofd vol goesting, Nora is de dag na haar proclamatie al een mapje met informatie gaan halen in de Erasmushogeschool in Brussel.Ze kijken met veel optimitisme naar wat er nog kan komen, maar het heeft telkens weer een zuur randje. “Ik hoorde het vaak genoeg van sommige leerkrachten, dat het te moeilijk zou zijn voor mij, dat ik bijlessen zou moeten volgen”, zegt Mohammed. “Het is weer zoals altijd”, vult Nora aan. Het gebrek aan geloof komt hard aan, maar is meteen een por in de zij. “Zelfs al demotiveren ze ons, we blijven er helemaal voor gaan.””Of ze elkaars hulp niet zullen missen? “We vinden er wel anderen met wie we kunnen werken”, gelooft Saloua. “Mijn zus studeert geneeskunde aan de ULB, en heeft daar ook een paar mensen met wie ze veel samenwerkt.” De volgende stap is er voor hen wel één in het donker. “Solliciteren zal moeilijker zijn. Een vriendin van me kan pas beginnen bij een privébedrijf als ze haar hoofddoek afdoet.”Ze willen wel graag in Brussel blijven. Het is de stad waar ze zijn opgegroeid, maar de gevoelens zijn dubbel. Saloua: “Je hoort veel dat dit een open stad is, maar eigenlijk is dat niet zo.” Het woord ‘racisme’ nemen ze niet één keer in de mond, ze fietsen er telkens opnieuw netjes langs. Maar hun ogen zeggen het wel.

Sterk Brussels accent

Eigenlijk vinden ze het jammer dat ze een interview geven. Over iets wat voor hen normaal is. Of toch zou moeten zijn. “Wij moeten ons dubbel zo hard bewijzen om ergens te geraken.” Nora zegt wat de hele groep denkt. Maar vandaag staan ze er. Vlot wisselend tussen Frans, Nederlands met een sterk Brussels accent, en dikwijls nog een derde taal. Ze zeggen dat het hun doel was om allemaal te slagen. En dat het hen toch maar gelukt is, ondanks alles.”Waarom doen mensen zo? Dat wil ik echt weten. Van verschillende culturen word je alleen maar rijker”, zegt Mohammed. “Tot nu toe heb ik er geen antwoord op.”