Bier in de VS

Amerikaans bier. Het kan evengoed water zijn dat iets te lang in een verlaten kraan heeft gezeten. Zo gaat de mythe toch. Voor ik naar de VS kwam had ik geen flauw idee van de rijke biergeschiedenis van het land. Nog minder van wat er vandaag allemaal wordt gebrouwen. Bij de laatste telling door de Brewers Association in juni van dit jaar waren er ruim 2500 brouwerijen, waarvan bijna 98% zogenaamde craft breweries: café-brouwerijen, lokale brouwerijen en microbrouwerijen. Ze zijn zo populair dat zelfs de grootste er op inspeelt. Een van hun slogans voor topmerk Stella: “From the largest micro-brewery in the world. Belgium.” Opvallend veel brouwerijen pakken trouwens uit met het Belgian Style label. Een ervan is de Brooklyn Brewery, gelegen in Williamsburg, een van de hipste wijken van New York.

Brooklyn Brewery werd opgericht in 1988, door voormalig AP correspondent Steve Hindy en zijn onderbuur Tom Potter toen ze in het nabijgelegen Park Slope woonden, een van de knapste buurten van Brooklyn, net naast het monumentale Prospect Park. De eerste jaren werd de productie uitbesteed en in 1994, het jaar dat Oliver erbij kwam, kochten ze het pand in Williamsburg. Ondertussen, 25 jaar later, hebben ze meer dan 30 soorten bier, het merendeel seizoensgebonden, en exporteren ze naar 20 landen.

Volgens brouwmeester Garrett Oliver is vooral de hergisting op fles typisch voor het Belgian Style label. Dat Belgisch bier in de VS zo waanzinnig populair is zal er, vanuit marketingoogpunt, zonder twijfel ook mee te maken hebben. Oliver leidt me rond in de brouwerij. Hij is groot, atletisch gebouwd en zwart. Hij gaat netjes gekleed (mét blinkende balmorals) en is het exacte tegendeel van hoe ik me een brouwer had voorgesteld. Shame on me. Hij neemt me in sneltreinvaart mee door de brouwerij en praat onophoudelijk. Hij vertelt over de grotere ketels die ze sinds een paar jaar hebben om de vraag aan te kunnen en, zichtbaar fier, laat hij zien hoe een deel van de productie wordt gedaan door mensen met een mentale handicap. Gemiddeld 2 keer per week staan ze aan de band om de flessen te kurken.

Ik was er eigenlijk al geweest. Elke vrijdag tussen 6 en 11 kan je bier drinken in de Tasting Room. Net naast de deur koop je jetons die je aan de toog kan inruilen voor bier. Als er nog plaats is aan de lange tafels kan je zitten, de rest staat recht. Het ziet er uit als een refter en klinkt ook zo. Daar zat ik dus met een paar vrienden. Op vooronderzoek zeg maar.

Terug naar de brouwmeester. Oliver neemt me mee naar diezelfde toog in de Tasting Room en haalt een paar van zijn creaties boven. Enkel te koop in de typische champagneflessen van 75 cl –eigenlijk bierflessen want de champagneboeren hebben het volgens Oliver van de bierbrouwers overgenomen. Hij giet ze in een soort van klein Duvelglas: Local 1, Local 2, Sorachi Ace en het ronkende There Will Be Black. In mijn beperkte smakenpallet proeft de Local 1 wat naar blonde Leffe, maar lang niet zo zoet. Local 2 is de donkere variant, Sorachi Ace is verrassend fris en There Will Be Black, wel, daar ga je best even voor zitten: vol, rond, dik en loodzwaar. Ik had me wel degelijk ingewerkt en had zelfs al een favoriet: Brooklyn Local 1, een echte Belgian Style Ale.

Naast die Belgian Style, was ik naar daar gekomen voor een speciaal bier: de White House Honey Ale. Begin 2011 werd het op vraag van Amerikaans president Barack Obama gebrouwen, voor zover bekend het eerste bier dat in het Witte Huis is gebrouwen. In de zomer van 2012 stuurden 2 hobbybrouwers officiële vragen (zogenaamde FOIA’s, Freedom of Information Act) om het recept vrij te geven. Op 1 september 2012 publiceerde het Witte Huis het recept op zijn officiële blog. Oliver kreeg daarop de vraag van krant The New York Times om de White House Honey Ale voor hen te brouwen, en het hele proces op een blog bij te houden. Het resultaat ervan mag ik proeven. Ik ben behoorlijk onder de indruk van de smaak maar vooral van de wetenschap dat ik bier drink dat op vraag van de machtigste man op aarde werd gebrouwen. Voor de tweede keer die dag zie ik dat Oliver oprecht fier is. Ik voel mee en net voor hij ons gesprek afsluit, vraag ik hem in een vlaag van chauvenisme naar zijn favoriete Belgische bier. Hij twijfelt niet: Saison Dupont. Ik heb er nog nooit van gehoord.

Lichtjes beschaamd loop ik buiten en neem de metro naar huis. Ik loop binnen bij de kruidenier in mijn straat, kijk bij het bier, en zie er een kleine fles Saison Dupont staan. Mijn nieuwsgierigheid haalt het van mijn rekenvermogen en ik koop de fles. Ik kom thuis, schenk mezelf een glas uit en kan het alleen maar eens zijn met Oliver. Zover is het dus gekomen, verhuizen naar Amerika met de heilige overtuiging dat hun bier geen bier is, en dan door een van hen de les gespeld worden over je eigen bier. Nice.